Jouw reis naar innerlijke rust
bekleedde we het met wat grote tapijten her en der. De activiteiten op de kazerne waren niet echt
bereikbaar voor mij. Ik moest daarvoor dat 7 km heen en 7 km terug fietsen, mét een drie jarige kleuter,
terwijl het overwegend slecht weer was. Ik heb dat 2 of 3 keer gedaan. Van het bataljon van mijn man
waren verder maar 2 vrouwen meegekomen. Totaal niet mijn types. Eentje had de ene metal breakdown
na de andere, en de andere was type kijk-mij-hier-eens-even-mooi-zijn. Kortom, daar kon ik niks mee.
Mijn man was vaker op oefening dan thuis, maar verdiende wel bakken met geld. Eigenlijk gek, bedenk
ik me nu, dat die vloer er dan toch nooit is gekomen?!
Eenzaam, heimwee en telefoonrekeningen van 500 tot 700 mark (er was nog een euro), dat was het
resultaat van mijn avontuur. Tel daar nog eens bij op dat de Duitsers de Nederlanders daar met de nek
aankeken en dan heb je weer een enorme mix van, nieuwe, moeilijke emoties waar ik mee moest
dealen, en daarbij nog eens moest zorgen voor mijn kleine meisje.
En tot overmat van ramp kwam daar het zaadje terug, wat mijn lieve omaatje ooit had geplant, in mijn
hoofd. Een collega van mijn man, ik keek toch al op tegen al die stoere mannen in uniform, zei tegen
mij; “je hebt best een leuk koppie maar toch net wat te dikke benen, daar zou ik wat aan doen”. Dát is
het moment, dé trigger wat het startsein was van mijn boulimia. Die avond was er pizza. De mannen
zaten lachend met een biertje en die pizza te ouwehoeren en ik, ik stak voor het eerst de vinger in mijn
keel. En dat was zeer succesvol! Het hek was van de dam. De eetstoornis nam mij, vanaf dat moment,
volledig over. Ik at (vrat), spuugde het uit, voelde niks meer én ik viel af. Ik kreeg steeds meer
complimentjes, ik voelde me mooi, ik voelde me ineens gezien. Het was ongekend.
Een goede vriend en collega van mijn man werd verliefd op mij. Ja juist diegene die had gezegd dat
mijn koppie wel ok was maar mijn benen iets te dik. Het zoog mij helemaal op allemaal. Ik heb mijn lieve
man tot in het diepst van zijn hart gekwetst, ik heb mijn gezin op het spel gezet en ik heb het vertrouwen
van mijn familie diep beschaamd. Maar ik zag het allemaal niet en meende dat ik ook recht op geluk en
dat dit het helemaal was waar ik gelukkig van zou worden. Ik kleedde me sexy, ging voor het eerst zeer
frequent naar clubs en ontdekte de roes van sweet, sweet alcohol (voorheen dronk ik nooit).
De dood van de man van mijn schoonmoeder bracht, na 8 manden Seedorf, een drastische ommekeer.
Onverhoopt ging ik met mijn man en mijn dochter terug naar Nederland. Hij was nog niet dood toen we
aankwamen. Maar een hersenbloeding had zijn brein al helemaal uitgeschakeld. Met z’n drieën zaten
we aan zijn bed, te wachten op de laatste adem. Dát moment daar, in die kille oude ziekenhuiskamer,
deed mij beseffen dat ik bij mijn gezin wilde zijn. Dat ik alleen maar soort van verliefd was op de
aandacht, niet eens op die man. Dat ik met elke vezel van mijn lichaam hield van de vader van mijn
kind. Maar hij was te gekwetst, en dat snapte ik toen pas, om open te staan voor mijn smeekbedes.
Ik heb het uitgemaakt met mijn ‘vriend’, ik ben terug verhuist naar Nederland. Gelukkig vond mijn man
het ok dat ik bij zijn moeder ging wonen. We waren immers hele goede vriendinnen. Daar was
(gelukkig) niks aan veranderd. Nooit heeft ze mij veroordeeld over wat ik had gedaan, ondanks dat ik
haar zoon zo’n intens verdriet had aangedaan. Zij zat in een rouw periode en ik had met zijn dochter
veilig onderdak. Mijn man had het goed gezien toen, wij steunde elkaar en hij kon gerust(er) zijn, zo ver
weg in Seedorf.
Er kwam enige rust terug. Het uitgaan en overmatig drinken verminderde. De eetstoornis niet. Ik viel
gestaag af en ik vond dat alleen maar winst. Op het dieptepunt was het zo erg dat ik het nog niet kon
verdragen om een glas water binnen te houden. Mijn schoonmoeder is de eerste aan wie ik het durfde
te vertellen. Ze nam me mee naar de huisarts waar zij het woord deed. Ik kon het niet. In de tussentijd
had ik, via urgentie, een flatje toegewezen gekregen. Daar ging ik wonen met mijn dochtertje. Dat flatje
voelde als mijn allereerste echte thuis. Nog steeds geeft het me een warm gevoel als ik daaraan terug
denk. Een knal oranje muur. Zwart-wit geblokte tegels in de gang en keuken. Een ruime slaapkamer
voor mijn meisje, waar al haar speelgoed op kon staan, tegenover een leuk speeltuintje. Mijn huisje.
Mijn huisje waar ik voor het eerst in mijn leven vrij kon doen wat ik wilde. Dat hield in dat ik ervoor
zorgde dat ik een leuke moeder werd. En dat ik eetbuien kon hebben wanneer ik dat wilde. En een
aantal keren per dag een jointje rookte op het balkon. Toppunt van een relax leven, niet?
Terug naar die huisarts, die stuurde me door naar de GGZ. Daar was aanvankelijk de conclusie dat ik
een opnamen nodig had. Maar dat zag ik echt niet zitten. Ik ging mijn kleine meisje toch niet in de steek
laten? Dus werd het ‘in therapie’. Een aardig mevrouw vertelde mij wat de gevolgen gingen zijn van dat
vreten en kotsen en gaf me de opdracht om een eetdagboekje bij te houden. Dat ik heb ik met verve
gedaan! De ene week ging het wat beter, dan ff wat slechter. Maar wel met een bewust positief
stijgende lijn. Vlak voor onze afspraak bedacht ik me wat ik ging opschrijven. Na een maand of 3 heb ik
haar vriendelijk bedankt, heeft zij mij gecomplimenteerd met mijn rappe herstel. En dat was het dan.
Niks geen vragen over gevoelens, emoties, trauma’s, of what so ever. Geen weegmomenten om te
monitoren of ik ook wel daadwerkelijk bijkwam in gewicht. Ik was zoals ze dat nu zeggen, flabbergasted!
Voor mezelf had ik de modus ontdekt dat ik deed ontbijten, lunchen en het avondeten ging er standaard
uit. Net als taart op verjaardagen of het kerstdiner van mijn moeder. Over dat laatste schaam ik me nog
steeds wel een beetje. Met een smoes ging ik dan een half uurtje naar huis om daar alles uit te spugen
en dan vrolijk weer terug. En de donkerste momenten waren wel de keren als ik in een restaurant, na
het eten naar de wc ging en de wc hokjes niet helemaal tot bovenaan gesloten waren. Overgeven
zonder enig geluid is toch een hele kunst! Ik moest dan absoluut voldoende hebben gedronken, dus ik
hing dan eerst in daar aan de kraan, dan duwde ik op mijn buik en prikkelde mijn keel alvast met een
vinger. In de hoop dat mij dan niemand zou horen. Ik verwacht dat er best keren zijn geweest dat
iemand het wél heeft gehoord. Maar ach, die mensen zie je (hopelijk) toch nooit meer. De schaamte is
gewoon niet groot genoeg op dat moment en woog absoluut niet op tegen het vreselijk akelige gevoel
dat er zoveel eten in mijn eten in mijn lichaam zat.
Mijn man had gezien dat ik mijn leven weer op de rit had. Had gebroken met die vriend en werd, thank
God, weer gevoelig voor mijn aanhoudende smeekbedes. We gingen er als gezin weer samen op uit en
na verloop van tijd lukte het hem om zijn gekwetste gevoelens los te laten en kwam er bij hem ook weer
de liefde die hij voor mij voelde naar boven. Intens gelukkig was ik. Hij zat nog wel in dienst. Hij was dan
en aantal weekjes weg om vervolgens een volle week bij ons te zijn. Als hij weg was belde we elke
avond, tenminste als hij niet op oefening was, want mobieltjes waren er nog niet. (Lijkt wel een eeuw
geleden zo, maar goed, het was zo).
In juli 1995 werd hij uitgezonden naar Joegoslavië. Ja, dat beruchte jaar van Dutchbat. Het jaar dat daar
die massa slachting van mannen heeft plaatsgevonden. Mijn man zat niet op de desbetreffende basis,
maar een basis iets verderop. De telefoontjes werden minder uiteraard, daarvoor in de plaats schreven
we brieven en stuurden we kaartjes. Ik heb ze laatst allemaal aan mijn dochter gegeven. Ook mijn man
is veranderd door deze ervaring. Hij werd stiller, harder en voelde onbereikbaar. Desondanks gingen we
door met ons leven toen hij weer terug was van de uitzending en hij zou overgeplaatst worden naar
Oirschot.
Zo ver is het niet gekomen. Op een donderdagochtend. Ik werkte toen in de thuiszorg als mijn dochter
op school zat, was ik net thuis. De deurbel ging. Mijn schoonmoeder (net weduwe, weet je nog?) en 2
mensen van defensie betraden mijn huis, zonder iets te zeggen. Gezichten neutraal. “Ga even zitten
ajb”, zei eentje, “we hebben slecht nieuws, uw man is vannacht dodelijk verongelukt”. Ik stond op, zakte
door mijn benen, herpakte me en wilde naar het balkon op. Eentje hield me tegen. Hij was bang dat ik
er vanaf zou springen, zo hoorde ik later. Nou, dat was ik niet van plan. Eigenlijk wilde ik rennen, maar
ja, dat ging natuurlijk niet.